Schrijven

Engerd

Dit verhaal gaat over een engerd. Ed Engerd. Het begon bij een brief die hij mij stuurde. De plakrand van de enveloppe was nog nat van zijn kwijl. Afzender: Ed Engerd, stond er op de flap. Zijn adres had hij eronder gezet: Nauwe donkere steeg. Zijn handschrift was bijna niet te ontcijferen. In de brief, die stonk naar vuilnis, stond geschreven: ‘Beste Bob, ik kom je zoeken met een lange regenjas aan en neem je mee. Vind je me nu eng? Ik hoop het.. Een angstaanjagende groet, Ed Engerd.’

Eerst was ik onder de indruk. Ik sliep twee nachten niet en dacht alsmaar aan hem. Hij belde een keer toen ik op kantoor zat. Toen ik opnam, zei hij niks. Mijn collega’s hielden pauze en waren net samen aan het lachen en grappen aan het maken. Ze aten hun boterhammen rond het bureau van mijn internationale collega Kate en gooiden propjes naar elkaar. Ik zat met één oor aan die hoorn vast, waar geen geluid uit kwam. Ik vroeg na een lange stilte: ‘Ed? Ben jij het?’ Geen reactie van de man. Het zal hem dus wel geweest zijn. Ik hing de telefoon maar op en lachte met m’n collega’s mee. Al had ik niks te lachen natuurlijk.

De vierde dag, weer een brief: ‘Ik ben al in je buurt Bob,’ schreef hij. ‘Ik hijg al in je nek. Voel je m’n adem? Krijg je al een beetje last van me? Hap je al naar lucht? Ik hoop het maar. Aan de binnenkant van mijn jas groeit een bos. Een groot donker bos. Je kunt erin verdwalen als je niet uitkijkt. Dan vind je de weg naar huis nooit meer terug.’

Ik hield het niet meer uit en belde de politie. Die kon helaas niks voor me doen. ‘Welk bos zei u dat het om ging? Ah.. Een bos aan de binnenkant van een jas? Ik maak er een notitie van. Meer kunnen wij niet voor u betekenen. Goedemiddaaaag.’ Wat voelde ik me alleen, in mijn strijd tegen het kwaad. Ik bleef erin. Zo leek het wel.

Moet je horen. Dag later. Weer zo’n stinkbrief in mijn bus. Dit keer stond erin geschreven: ‘Beste Bob, ik doe mijn best. Echt. Het lukt me toch niet goed om Ed Engerd te zijn. Ik vrees dat ik te zacht ben. Te soft. Ik stink niet genoeg. Ik moet keihard aan mezelf gaan werken. Ik kom bij je terug als het weer lukt. Ed.’

Vanaf dat moment kon ik Ed niet serieus meer nemen natuurlijk. Ik sliep die nacht weer goed, gelukkig. Mijn bloeddruk ging omlaag. (Tenminste, zo voelde het). Mijn cholesterol kreeg een oppepper. Bloedwaarden? Weer helemaal ok. Ijzer, zink, de hele rambam.

Een dag later kreeg ik me toch weer een knauw. Maar die knauw was anders. Zacht.

‘Lieve Bob (hij schreef dit keer lieve, geen beste). Lieve Bob dus. Ik heb je lief als een hartendief, denk ik nu toch. Ik experimenteerde even met mijn schaduwkant, maar ik geloof het zelf niet helemaal. Ik heb mijn regenjas aan de wilgen gehangen en vlieg nu naar je toe, met een schaar aan engelen om het goed te maken. Komt het uit? We gaan eerst nog even langs Dirk van den Broek voor iets lekkers, en dan komen we jouw kant op. Zet het raam alvast maar op een kier en de koffie maar vast aan. Jij verdient liefde. Ed Engel.’

Binnen een kwartier waren ze er. Ed vloog naar binnen op twee hoog, terwijl de engelenschaar buiten voor het raam de wacht hield. Het was een prachtig gezicht; die lichtgevende witte veren, met rode Dirk van den Broek tassen, gevuld vol lekkernijen. We dronken koffie en Ed trakteerde op gevulde koeken uit één van die tassen. Het was niet eng meer, maar eerder hartverwarmend. De engelen gaven nog een showtje voor het raam. Hartstikke leuk. En Ed legde zijn hand op mijn knie. Zijn vleugel raakte mijn bovenarm. ‘Bob,’ zei hij. We keken elkaar diep aan en Ed knikte alleen maar goedkeurend, terwijl het dons van zijn vleugel mijn bovenarm streelde. ‘Eddy..’ Ik hapte naar lucht en probeerde het maar te ontvangen.

Toen Ed even later de straat weer uit vloog met zijn gevolg, zongen ze in koor: ‘Gloria in excelsis deo Bob. Daaaag! Daaaag!’ Weg waren ze.

Wat een emotionele rollercoaster, dacht ik nog, toen ik het raam dichtdeed. Maar die gedachte verdween snel weer en dat gaf rust die avond.

Voorjaar 2022, @Reineke Jonker


Wanneer kan ik weg (lied)

Ik zit hier al 
Een halve zak drop
Te wachten op
Ik zit hier al drie flessen wijn

Zie je mijn haren
Hoe lang als die zijn
Zo lang zit ik al hier

Nog langer dan de langste trein
Nog langer dan giraffen zijn 
Nog langer dan het 
Invullen van het
Belastingformulier

Ik zit hier lang genoeg
Wanneer kan ik weg
Ik verstop me op mijn boterham
Onder het beleg

Wanneer kan
Wanneer kan 
Ik weg?

Als de gordijnen dicht zijn
De televisie uit
En mijn slaap is dieper
Dan de Middellandse Zee

Dan ben ik er zelf ook niet
Dan zijn we met z’n twee
Dan is de hele wereld weg
Weg ermee
Dan zijn we met z’n twee (8x, fade out)


Wat gebeurt er (lied uit Reineke Jonker Late Night)

Wat gebeurt er in een boek als niemand erin leest
Wat gebeurt er in de kast als niemand erin kijkt
Wat gebeurt er in de stad als niemand erop let
Wat gebeurt er met je poes als je een kater hebt

En jij
Hoe gaat het met jou

Wat gebeurt er in je bed als je muziek op zet
Wat gebeurt er met de straat als je de hoek om gaat
Wat gebeurt er met je dag als de nacht er is
Waarom ben jij toch van vlees en nooit een keer van vis

Ja jij
Hoe is het met jou

Wat gebeurt er in de grond als je begraven bent
Wat gebeurt er met de zee als niemand erin zwemt
Wat gebeurt er in je hart als je je liefde zendt
Wat gebeurt er in je hoofd als je nergens aan denkt

En jij hoe gaat het met jou
Ja jij hoe is het met jou
Met jou


Kom we gaan (lied uit Reineke Jonker Late Night)

In mijn witte pyjama
Duw ik de zon omhoog
Zet hem in de hemel
Boven de regenboog

En ik knip jou
Uit een
Stuk papier
Nu ben je hier
Nu ben je hier

In zevenhonderd bovenkamers
Is een kleine plek voor mij
Jij houdt heel je woning
Voor me vrij
Voor mij

In mijn witte witte pyjama
Trek ik de zon omlaag
Leg hem in de kelder
Het einde van vandaag

En ik plak jou
Dicht
Tegen mij aan
Kom we gaan
Kom we gaan

In zevenhonderd bovenkamers
Is een kleine plek voor mij
Jij houdt heel je woning
Voor me vrij
Voor mij

Kom we gaan
Kom we gaan


Weekend (lied Reineke Jonker Late Night)

Ik ben het weekend
Ik ben begonnen
Op Vrijdagmiddag
Om vijf uur

Ik zie jouw benen
Door wie zijn die verzonnen
Daarmee loop jij jouw weekend in

Doe dat rustig aan
Je zee van tijd is een oceaan
Doe het maar rustig aan
Jouw zee is een oceaan

Slaap maar
Een gat in m’n dag
Een deuk in je bed
Een droom in je flat

Dan geur ik
Jouw dagen met mij
Een bloem in je hand
Een deken van zij

Ik ben het weekend
Ik kom ten einde
Na twee dagen
hou ik op (Stilte…)

Doe jij maar rustig aan
Jouw zee van tijd is een oceaan
Doe nou maar rustig aan
Je zee is een oceaan


Twijfelaar

Een meneer van honderd jaar
Had een oude twijfelaar
Op zijn zolderkamer staan.
Elke keer twijfelde hij
Of hij wel naar bed zou gaan.
Ja, nee?
Nee, ja?
Hoe laat dan?
Hoe laat dan?
En wanneer?

Dubben dubben dubben dubben deed ie. 
Jaren die verstreken.
Het tapijt werd donkerbruin.
Zijn baard vormde een deken.

De meneer
Zei op een keer:
‘Zo gaat het niet langer meer.
Ik zal nu nooit meer slapen.
Ik leg me daar maar eens bij neer.’
En hij trok zijn schoenen uit.
Stapte heel voorzichtig in de twijfelaar.
De twijfelaar.
En hij sliep.